Polderhuis 1917

Van Bemmel tot Bos

Op 11 junij 1865 richtte de timmerman Jan van Bemmel een request tot het Bestuur der Binnen- en Buiten Veldertsche Polder, waarin hij verzocht om een huis van steenen met pannen gedakt te mogen bouwen op het terrein achter het Kuiperspad, en wel twee ellen over de waterkeering, zijnde de helft van die waterkeering. Van Bemmel kreeg toestemming en het resultaat is nog steeds te bewonderen aan de Rustenburgerstraat, op nummer acht.

Het is nu 136,5 Jaar later, 3 januari 2002. Vandaag fietste ik met mijn geliefde Annemieke op de tandem naar de notaris op de Keizersgracht om de leveringsacte van dit polderhuis te ondertekenen. Mijn eerste uitgave in euro's was meteen ook de grootste die ik tot nog toe deed.

Bouwval

Nu zul je denken: “Wie koopt er nu een bouwval voor zoveel geld?” Nou, ik, en van harte. Het had maar een haar gescheeld, of ik was per één december 2001 vertrokken. De witkwast was al ter hand genomen in een –op zich ook al riant– pand op de begane grond in de Tolstraat –Annemieke en Elske, dank jullie wel!–, maar het bleef wringen en kriebelen. Eigenlijk wilde ik niet weg. Noem het conservatisme, of gehechtheid, zo je wilt. Gehechtheid aan het huis, aan de buurt, aan de eigenzinnigheid van dit pandje.

Zaken doen

Noch ik, noch de projectontwikkelaars, die de vorige eigenaar waren, hadden dit scenario eerder serieus overwogen. In een gesprek met een van hen over de datum van vertrek, waarin ik mijn twijfel over de Tolstraat uitte, flapte ik die mogelijkheid er echter min of meer uit. Natuurlijk waren de omstandigheden ook veranderd: ik had inmiddels uitzicht op een stevige baan aan de UvA en het ID in Lelystad per 1 februari 2002, dus er was meer financiële ruimte.

De projectontwikkelaars zaten ondertussen ook een beetje knijp, zodat deze kans om snel winst te maken, in plaats van een slepend en kostbaar project aan hun nek te hebben hangen, voor hen ook de nodige aantrekkelijkheid had. Om kort te gaan: twee dagen later was de deal rond, nadat ik een makelaar had geconsulteerd en met Annemieke in het Bulderbos had geslapen, dat precies gisteren moest worden opgegeven door Milieudefensie. De acht gulden die ik van Schiphol bij de onteigening kreeg komen nu dus goed van pas.

Duur?

Een hoop geld is het wel, als je bedenkt in welke staat dit huis is. Dat is dus wel even diep adem halen, en je laten adviseren door mensen die het kunnen weten. Voor Amsterdamse begrippen is dit een prima prijs. Belangrijk voordeel is dat ik er nog in woon op het moment van verkoop: huizen in verhuurde staat zijn stukken goedkoper dan huizen die leeg opgeleverd worden. Calamiteiten daargelaten is het risico op een financiële molensteen die ik nog tijdenlang met me mee moet dragen dus zeer beperkt: bij verkoop nu is het al meer waard dan waarvoor ik het kocht.

Daar komt bij dat de waarde na renovatie met sprongen omhoog gaat. De Pijp is een booming buurt, en zo zijn de huizenprijzen. Dat zal op de middellange termijn niet veranderen, tenzij de recessie echt hard toeslaat. Ontwikkelingen als de Zuid-as, de Noord-Zuid lijn en de wolkenkrabbers bij het Amstelstation versterken die trend. Dat betekent voor nu dat ik een aflossingsvrije hypotheek kon krijgen, waardoor een afzichtelijk groot bedrag voor mij ook nog eens tot voor mij behapbare maandlasten gereduceerd wordt.
Naast de emotie lijkt deze beslissing dus ook in zakelijk opzicht niet onverstandig.

Project

Hoe overtuigd ik er ook van ben dat dit een goede stap is, een grote stap is het wel. Klaar is het Polderhuis allerminst. Het dak is gaar, de fundering hoogstwaarschijnlijk aan vervanging toe, en een huis zonder yakuzzi is tegenwoordig onverkoopbaar. Er moet hier en daar dus nog wel wat geklust worden, en dat blijft dan niet bij een beetje tengelen, gips tegen de muur en een kloddertje verf hier en daar. Door eigen toedoen is het polderhuis bovendien een gemeentemonument geworden, wat voordelen (subsidie) maar ook nadelen (strikte eisen) oplevert.

Het zal dus wel een project van jaren worden. Natuurlijk om financiële redenen, maar vooral om persoonlijke redenen. Het is een mooi project, dat niet alleen emotioneel, maar ook zakelijk goed voelt, maar ik wil niet dat dit me gaat opslorpen. Stukje bij beetje dus.

Lek(ker)

Een beetje vreemd is het wel om je te realiseren dat ik nu opeens daadwerkelijk verantwoordelijkheid kan nemen voor het huis, waarin ik al bijna veertien jaar woon. Het is wennen om met de ogen van een eigenaar te kijken. Wat blijft is het gevoel van hier thuishoren – hoe lek, tochtig en koud het hier op dit moment ook is. Het aardige is dat ik er nu ook wat aan kan gaan doen. Lekker!

Bram
3 januari 2002

Man koopt huis

Werkzaamheden

Polderhuis december 2001
Man achter raam