Werkzaamheden

Het Parool, 15 september 2003

*Parool, 5 september 2003

Het project dak

Een vreemde eend in de bijt, dit huis in De Pijp. Het stond er al voor alle andere huizen er stonden en De Pijp nog drassig grasland was. Bram Bos, die er achttien jaar geleden als student introk, behoedde het huis voor de sloop. Het heeft inmiddels de status van een monument, een naam:Het Polderhuis, en een nieuw prefab-dak. Binnenkort wordt het gestut met echte palen. EMILIE ESCHER

 

Een lieflijk, losstaand, dorps huisje, dat huisje op de Rustenburgerstraat nummer acht. Het past meer in Durgerdam of in een ander Noord-Hollands dorp. Pal aan de straat, voor het raam zit, achter zijn computer, Bram Bos. Hij is bezig met de voltooiing van zijn proefschrift Techniekfilosofie en varkens. Regelmatig gaat zijn hand omhoog om iemand te groeten. Hij kent de hele buurt, de hele buurt kent hem.

Achttien jaar geleden trok hij als student in het huis, “Ik zat er op een huur van 325 gulden. Het huis was te krakkemikkig om meer huur te vragen. Het dak was zo lek als een vergiet. De vrouw van de drukkerij hiernaast was met haar Mercedes tegen de gevel van dit huis aangereden waardoor er een paar dakpannen afvielen en een gat ontstond. Het huis is ontzettend gammel, het staat nog op turf. Van kwaad tot erger ging het. Het gat werd steeds groter, op een gegeven moment was het zelfs vier vierkante meter groot. Ik moest een zeil over het dak leggen.”

Huisbaas J. Overweg die achter het huis een autospuiterij had, voelde er niets voor om het huis op te knappen. “Hij zag er ook niets bijzonders in, had ik het gevoel. Hij gaf er niet om. Toen ben ik het zelf maar gaan doen, het zag er uit als een krot en ik kon het niet langer aanzien. Ik wilde laten zien dat het een mooi huis was. We hebben de buitenkant opnieuw geschilderd.” Ondertussen begon hij zich in de geschiedenis te verdiepen. Hij ging naar het archief en ontdekte dat het huis in 1865 werd gebouwd door Jan van Bemmel, een timmerman, die tot de rijkere bovenlaag van de gemeente Nieuwer Amstel behoorde. Hij bezat een hele reeks percelen aan de Rustenburgersloot. In 1865 deed Van Bemmel een verzoek aan de poldermeester om ‘een huis van steen met pannen gedekt’ te mogen bouwen. Niet voor zichzelf, denkt Bos, volgens hem was Van Bemmel meer een projectontwikkelaar avant la lettre. Het gemeente-archief verschaft pas duidelijkheid over de bewoners vanaf het jaar 1872, toen het huis voor 2400 gulden aan een tapper & aanspreker werd verkocht.

Van het ene aardige weetje kwam Bram Bos weer op het andere, en uiteindelijk wist hij zoveel, dat hij er een boekje van maakte: Polderhuis in de Pijp. Het boekje werd feestelijk gelanceerd, de stadsdeelvoorzitter kwam op bezoek, en met behulp van het stadsdeel is toen een procedure in gang gezet om van het huis een monument te maken. Ondertussne, in 2001, verkocht de eigenaar het huis aan een projectontwikkelaar.

“Voor de koop kwam die projectontwikkelaar naar me toe en vroeg: ‘Ik wil weten wat ik aan jou heb als ik dit huis koop’. Ik antwoordde hem: ‘Ik ben bereid er uit te gaan, maar dan wil ik dat jij het renoveert.’ Dat was goed, hij heeft het toen stadsvernieuwing-urgent gemaakt. Ik had al een nieuw huis, een huurcontract, en was al bezig met schilderen daar, maar merkte dat ik de verhuispapieren die ik van de PTT had gekregen maar niet invulde. Ik wilde helemaal niet weg! Toen de projectontwikkelaar belde met de vraag op welke girorekening hij de oprotpremie moest storten antwoordde ik: ‘Ja, ja,… ik weet het niet…’. ‘Oh, ik krijg hoofdpijn van je!!’ riep hij. ‘Weet je wat’, hoorde ik mezelf zeggen, ‘Waarom verkoop je het eigenlijk niet aan mij?’ Ik had net het vooruitzicht dat ik een baan zou krijgen. Na een half uur kwam hij met een bedrag, ik moest die dag nog beslissen. Dat heb ik weten te rekken met twee dagen. Maar drie dagen later heb ik het gekocht!”

Waarna het project ‘dak’ begon. Er moest echt een nieuw dak op. Bos had al met diverse Nederlandse aannemers gesproken, toen hij in contact kwam met Martin Breidenbach, een Duitse architect, die ervaring had met het opknappen van monumenten. De architect kende weer een Duitse timmerman, Alfred Vinken, die ervaring had met prefab-daken en monumenten. De twee Duitsers zijn een hele dag komen passen en meten, een moeilijke klus want niets was recht, en kwamen een paar maanden later terug met het dak. “Dat was heel, heel spannend. Zou het passen? Maar het paste, dat was echt een heel grote stunt. De lol was ook nog dat ik veel goedkoper uitkwam dan met de Nederlandse aannemers, en dat het gewoon heel mooi gemaakt was. De architect is echt heel kritisch op luchtregulatie en lichtval.”

En nu heeft hij er opeens een prachtige lege zolder bij. “Wat ik ermee ga doen, weet ik nog niet.” Aan de begane grond, nogal een rommeltje en bezaaid met proefschriftpapieren over de relatie techniek en levende wezens, gaat hij voorlopig ook niets doen. Dat heeft pas zin als er een nieuwe fundering is gekomen. En die komt er binnenkort, want de projectontwikkelaar staat te springen om pal achter het polderhuis appartementen te gaan bouwen. En dat heeft pas zin als de grond niet meer verzakt.”

Eén ding is zeker, hoe het huis er straks ook van binnen uit gaat zien: “VT-wonen zal het hier nooit komen.”

 

Polderhuis in De Pijp, uitgeverij De vliegende beer, ISBN 90-804266-2-8. Alle actuele ontwikkelingen zijn te vinden op www.polderhuis.org